Afbouwen, compenseren én een eigen minister

Het is zover. We hebben een nieuw kabinet. De afgelopen weken lekten er al diverse onderdelen van het nieuwe regeerakkoord uit en we zetten de belangrijkste ontwikkelingen voor de woningmarkt graag op een rij. 

De hypotheekrenteaftrek wordt versneld afgebouwd. Vanaf 2023 kan elke huizenbezitter maximaal 37 procent van de betaalde hypotheekrente aftrekken van de belasting. Vanaf 2012 wordt de aftrek al afgebouwd, maar het oorspronkelijke plan was om pas in 2043 op 37 procent uit te komen. Dat gebeurt nu dus twintig jaar eerder. Jammer, maar niet geheel onverwacht. 

Het kabinet Rutte III gaat deze maatregel compenseren door het eigenwoningforfait te verlagen. Dit is het percentage van de waarde van de eigen woning dat woningeigenaren bij hun inkomen moeten optellen waarover ze vervolgens belasting betalen. Je krijgt dus minder terug, maar hoeft ook minder te betalen. Toch zullen de gevolgen per individuele woningbezitter verschillend uitpakken.

Het moment waarop de hypotheekrenteaftrek versneld wordt afgebouwd, is volgens economen gunstig. De rente is nu laag en de aftrek levert woningeigenaren daarom weinig voordeel op. De verlaging zal daarom nu minder pijn doen.

De Vereniging Eigen Huis is verbijsterd dat er voor de hypotheekrenteaftrek verschil wordt gemaakt tussen bestaande huiseigenaren en starters. Starters komen er volgens de vereniging het slechts vanaf. Ook wij zien dat het voor starters steeds moeilijker is om een eerste huis te kopen en dat is jammer. Voor de woningmarkt is het goed als er van onderaf beweging in zit.

Voor mensen die hun hypotheek hebben afgelost, is er ook nieuws. Het nieuwe kabinet wil de wet Hillen in twintig jaar afbouwen. Die wet stelt huiseigenaren met een afbetaald huis vrij van het eigenwoningforfait en moest mensen stimuleren om hun hypotheek af te lossen. Nu aflossingsvrije hypotheken zijn afgeschaft, is de wet volgens het kabinet overbodig geworden. Deze groep verliest dus een financieel voordeel.
 

Als makelaars zijn we blij dat het nieuwe kabinet er voor kiest een minister van wonen aan te stellen. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) ziet het als een sterk signaal dat de politiek de problematiek van de woonbranche serieus neemt. Voor huurders ten slotte is het goed te weten dat de huurtoeslag intact blijft, waardoor woningen voor lagere inkomens betaalbaar blijven.